Een vondst uit het oude stadhuis

Momenteel worden de voorbereidingen getroffen voor de restauratie van de buitenzijde van het stadhuis. Na de eerste fase, waarbij het dak werd hersteld, wordt in deze tweede fase het schrijnwerk, de deuren en ramen, etc. gerestaureerd. De laatste fase, de herinrichting, volgt dan over enkele jaren.

Enkele jaren geleden werd het merendeel van de kunstvoorwerpen dan ook al ingepakt en naar het depot overgebracht. Hetgeen op dat moment niet kon verhuisd worden (stoelen, tafels, kasten, verlichting,…) werd ingepakt. Een laatste rondgang leverde echter nog een mooie vondst op, namelijk deze filmprojector van het merk ‘Bell and Howell’ uit 1949.

Deze firma, opgericht in de Verenigde Staten in 1907, maakte als sinds de jaren 1920 draagbare projectoren en bleef dit doen tot begin deze eeuw. De firma bestaat echter nog steeds.

Op het spoor van Jezuïeten in ‘s-Herenelderen

De toevalsvondsten die we in het archief doen, zijn meestal de leukste. Afgelopen week vond onze vrijwilliger Albert Knapen twee doodsberichten toen hij een bevolkingsregister van de gemeente ‘s-Herenelderen aan het digitaliseren was. Het eerste doodsbericht was van Félix Rivier die als Jezuïet op het kasteel van ‘s-Herenelderen verbleef. Dat kasteel werd in die periode door de familie de Renesse verhuurd aan de Jezuïeten. Zij verbleven op het kasteel sinds 1901 waar ze een noviciaat (dus voor Jezuïeten in opleiding) stichtten. De kapel van het kasteel werd hun ‘kerk’.

Félix Rivier (1833-1914) was afkomstig uit de Loirestreek en kwam als leerkracht in ‘s-Herenelderen terecht waar hij ook overleed en begraven werd (zijn graf bevindt zich nog op het kerkhof).

Doodsprentje vader Félix Rivier (1833-1914)

Het andere doodsbericht is dat van Paul Furquim d’Almeida (1899-1918) die uit Elsene afkomstig was en als Jezuïet in opleiding in ‘s-Herenelderen verbleef. Hij was eerst in Alken in opleiding geweest en verbleef nog maar net in ‘s-Herenelderen.

Doodsbericht uit 1918 en Duits ‘Personal-Ausweis’ uit 1917 waarmee Almeida zich mocht verplaatsen in bezet gebied.

Korte tijd na afloop van de Eerste Wereldoorlog werd het noviciaat in ‘s-Herenelderen opgeheven en keerde ook de familie de Renesse terug. Op het kerkhof van ‘s-Herenelderen bevindt zich nog steeds een apart kerkhofje waar een tiental Jezuïeten begraven ligt. Wie hier meer over wil weten kan het artikel van Wilfried Raskin lezen dat vorig jaar werd gepubliceerd in de Tongerse Annalen.

Een ‘sardonisch’ kleipijpje van de Vlasmarkt-opgraving

Opgravingen in Tongeren leveren in de meeste gevallen een hele collectie aan diverse objecten uit verschillende perioden op. Als na de opgraving een voorwerp al eens wat meer aandacht krijgt, dan dateert het vaak uit de Romeinse tijd. En dat is op zich niet verwonderlijk, Tongeren is nu eenmaal de enige Romeinse stad in ons land.
Ditmaal willen wij echter de aandacht vestigen op een object uit een veel jonger verleden. Tijdens de opgraving van Aron bvba aan de Vlasmarkt in 2018-2019 werden ook een aantal beer – en waterputten uit het recentere verleden van de stad opgegraven. De vondsten uit de vulling van één van de beerputten werd door de archeologen gedateerd tussen 1825 en 1925. Eén soort vondsten die uit de put werden ingezameld zijn fragmenten van kleipijpjes in witte zgn. ‘pijpaarde of -klei’. Vaak wordt in rapporten aan dergelijke pijpjes snel voorbijgegaan. In het Aron-eindverslag van deze opgraving (De Winter en Reygel, in voorbereiding) komen zij wel aan bod en één exemplaar is te mooi om niet even apart onder de aandacht te brengen.

Pijpjes uit de Vlasmarkt-beerput werden geproduceerd in de fabriek van Jean-Baptist Nihoul te Nimy bij Bergen. Het opschrift NIHOUL/…/NIMY, de gekroonde letter N tussen 6 bolletjes of de letter N in een wapenschild op sommige pijpjes laten hierover geen twijfel bestaan.

Het pijpje hoort thuis bij de zgn. figurale pijpen, waarbij de kop van de pijp is uitgewerkt als een klein sculptuurtje. Deze modetrend zet vanaf 1820 in Frankrijk aan en kent vanaf het midden van deze eeuw ook in Belgische pijpenbedrijven een bloei. De pijpenkop van de Vlasmarkt is mooi uitgewerkt als een mannenhoofd met een geprononceerde frons, grote open ogen, grijnzende mond en rechtopstaande puntige oren. De keel van de figuur is versierd met kleine knobbeltjes. Een vergelijkbaar exemplaar hebben wij niet onmiddellijk teruggevonden. Wie er wel eentje kent, mag altijd contact opnemen met het stadsarchief.

(met dank aan Dirk Pauwels voor de bijdrage)

De tong afgesneden

Bij het digitaliseren van een uitgavenregister van de zogenaamde Doorvaart werd anno 1772 een bijzondere passage gevonden. Het betreft een gift van twaalf gulden aan een graaf wiens tong was afgesneden door de Turken en die bedelend rondtrok om zijn familie, die nog gevangen zat, te kunnen bevrijden. Vermoedelijk waren zij slachtoffers van de Russisch-Turkse Oorlog (1768-1774) die omtrent de Balkan (aan de Middellandse Zee) en de Kaukasus woedde.

De Doorvaart was een middeleeuwse instelling die bleef bestaan tot 1796 en die ‘eerlijke passanten’ een aalmoes, brood en wijn gaf. Die ‘passanten’ waren in eerste instanties pelgrims. Later kregen ook bedelaars, te vondeling gelegde kinderen, mindervaliden op doorreis, zieken, etc. een kleine toelage zolang ze niet van Tongeren zelf afkomstig waren (voor hen sprong de Armentafel bij) én op voorwaarde dat ze niet te lang zouden blijven.

Het geld van de Doorvaart was dus enerzijds een middel om pelgrims aan te trekken maar vooral een middel om minder gewenste personen zo snel mogelijk terug op pad te krijgen.

Bomen die in de weg staan

Het stadsarchief bewaart in het zogenaamde archieffonds ‘de Schaetzen de Schaetzenhoff’ de brievencollectie van ridder Oscar de Schaetzen. Hij werd in 1836 in Tongeren geboren er overleed hier in 1897.

Van 1864 tot aan zijn dood was hij gemeenteraadslid in Tongeren, hij was ook verschillende jaren schepen, provincieraadslid en in 1881-1894 volksvertegenwoordiger namens het arrondissement Tongeren. Behalve die functies was hij ook voorzitter van het kerkbestuur van OLV, voorzitter van het Davidsfonds, lid van de Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen etc.

Zijn brievencollectie is uniek omdat zowel de lokale gemeentepolitiek (gaande van Mechelen-aan-de-Maas en Rekem tot Broekom en Heks) aan bod komt, vragen tot benoemingen en bevorderingen, het doen van een goed woordje voor iemand, … maar ook familiale beslommeringen. Opvallend in aantal zijn de vragen aan ‘monsieur le représentant’ of ‘monsieur le chevalier’ om bij de één of andere minister te polsen voor de aanleg van een tramlijn, de bouw van een station of school, enzovoort.

Om een voorbeeld te geven. In 1886 werd hij gecontacteerd door de gemeenteraad van Millen die met een groot probleem zat; namelijk de vele bomen langs de grote baan tussen Tongeren en Maastricht. Deze bomen stonden nu ongeveer 75 jaar (sommigen hadden een diameter van meer dan twee meter!) en waren zo groot geworden dat ze tot op een afstand van twintig meter zorgden voor schaduw waardoor het onmogelijk was om langsheen te steenweg te akkeren (mede doordat de bomen het water opzogen).

De gemeenteraad van Millen sprak Oscar de Schaetzen over deze problematiek aan om de minister van Openbare Werken te verzoeken te bomen te verkopen (en kappen).

Aan de oproep werd in eerste instantie geen gehoor gegeven, maar omdat de bomen ook behoorlijk oud waren, werden ze enkele jaren later dan toch gekapt.

Rutten ‘onder de scanner’: een kijk op de middeleeuwse dorpskern

In opdracht van het Koninklijk Limburgs Geschied- en Oudheidkundig Genootschap (en met steun van de stad Tongeren via de erfgoedsubsidie) voerde John Nicholls van Target Archaeological Geophysics afgelopen week in Rutten een geofysisch onderzoek uit in de Motweide, de Kapelweide en Zwarte Weide.

Opzet was om een beeld te krijgen van eventuele archeologische resten van de middeleeuwse dorpskern onder deze weiden. Geofysisch onderzoek laat namelijk toe om zonder te graven toch snel een idee te krijgen van wat er onder de grond verborgen ligt. Met dit soort onderzoek kan John namelijk met zijn quad en ‘sensorenkar’ vanaf de oppervlakte afwijkingen in de ondergrond meten, bijvoorbeeld via verschillen in weerstand, in magnetische eigenschappen of dichtheid. En dergelijke afwijkingen kunnen worden veroorzaakt door archeologische resten.

De Motweide is genoemd naar de beschermde middeleeuwse motte die de weide domineert, vlakbij de hoeve Lenaerts. In de Kapelweide, het toneel van de Evermarusviering, liggen onder de huidige kapel de restanten van een middeleeuwse kerk, maar misschien ook van een bijhorend klooster. En vermits uit een kleine opgraving in 1986 is gebleken dat er heel veel Romeinse bouwfragmenten in de kerkfunderingen zijn verwerkt, moeten wij misschien ook aan een Romeins gebouw denken. Van de Zwarte Weide weten wij weinig tot niets, behalve dat hier een stuk silexmuur in de berm is bewaard.

Het is nog wachten nop de eerst resultaten van het onderzoek. De metingen uit de verschillende onderzoeken, in Rutten magnetometrie en grondradar, moeten namelijk eerst nog visueel ‘vertaald’ worden naar een kaart en dan geïnterpreteerd. DSC_5955

Schilderij uit het kasteel van Betho te koop

Rudy Van Elslande, die in het verleden een artikel over een Vlaams primitief schilderij voor ons schreef, maakte ons attent op de verkoop van een schilderij uit de voormalige collectie van het kasteel van Betho.

Dat kasteel kreeg zijn huidige uitstraling door toedoen van de familie de Simonis tweede helft zeventiende eeuw en vooral door toedoen van graaf Frans van Hinnisdael in het begin van de achttiende eeuw. Deze laatste was gehuwd met Maria Anna van Berchem wiens grafmonument zich in de Tongerse gasthuiskapel bevindt. Midden achttiende eeuw werd Betho één van de prachtigste kastelen in de regio.

Honderd jaren later echter, midden negentiende eeuw, werd het kasteel nog amper bewoond. Enkel de eraan verbonden boerderij was nog in bedrijf en de erfgenamen van de familie de Hinnisdael beslisten de inboedel te verkopen. De prachtige bibliotheek, het zeventiende- en achttiende-eeuwse meubilair, zelfs middeleeuwse harnassen en familieportretten werden in Luik in een veilinghuis te koop aangeboden. Hierdoor raakte de volledige collectie verspreid zoals waarschijnlijk ook het schilderij dat nu te koop wordt aangeboden.

VanderBurch

Het schilderij zelf is een portret van ridder Louis van der Burch, lid van een bekende adellijke familie en verwant met de genoemde Maria Anna van Berchem.

Nieuwe kadasterkaarten online

Op de website http://www.geheugenvantongeren.be zijn vier nieuwe gedigitaliseerde kadasterkaarten toegevoegd. Het betreft de primitieve kadasterkaarten (c.1842) van Blaar-Offelken, Rutten, Widooie en Henis. Hiermee staat nu de helft van de kaarten online. De andere kaarten zijn ook al ingetekend (met dank aan Erik Vranken voor het intekenen en Vicky Verscheijden voor het IT-gedeelte) maar de bijhorende gegevens zoals grondeigenaren, type bebouwing, etc. moeten nog nagekeken worden.

Leuk om te ontdekken op de kaart van Blaar-Offelken is bijvoorbeeld hoe het gebied rond de Motten is veranderd en vooral hoe ingrijpend de bouw van het industrieterrein Overhaem geweest is. Rutten daarentegen is wel nog heel goed herkenbaar. Het dorpscentrum is zeker de moeite om eens te kijken. Daar kan je nog goed de grote hoeves herkennen die nu toch iets meer aaneengesloten liggen. Opvallend in Widooie is net zoals in Rutten hoe de open ruimte in de dorpskern systematisch is vol gebouwd. Tenslotte in Henis vallen de oude bewoningskernen op: Kerkhenis, Verhenis en de Beis.

Kadaster

Een Tongers voorstel voor een oorlogsmonument (14-18) dat niet geselecteerd werd

Enkele weken na het einde van de Eerste Wereldoorlog werd er al nagedacht over het oprichten van een oorlogsmonument. Het belangrijkste monument in Tongeren moest op de Graanmarkt komen. De stad schreef de kunstenaarsafdeling van de ‘Ligue Nationale du Souvenir’ aan waarna verschillende kunstenaars een voorstel deden. Hierbij waren Paul Stoffijn (leraar aan de Academie van Elsene), Albéric Collin (een jonge beeldhouwer wiens werk op advies van Jean Wilmots uit Antwerpen werd ingestuurd), E. Falize (verbonden aan de Academie van Luik) en Pieter Braecke wiens werk het uiteindelijk haalde.

Zoals gezegd werd het werk van Pieter Braecke uiteindelijk gekozen. Het zou uiteindelijk tot 1926 duren alvorens het gebouwd werd. Hetzelfde jaar, op 29 augustus, werd het nog ingehuldigd in aanwezigheid van koning Albert I en koningin Elisabeth. Ondertussen had de stad in 1920 ook aan architect Mathieu Christiaens gevraagd een ontwerp te maken voor een monument op het stedelijk kerkhof. Christiaens haakte af en eind 1922 werd een projectvraag rondgestuurd waarop zeven kandidaten reageerden onder wie de steenkappers Robert Sweeck en Félix Warzée wiens bedrijven nagenoeg alle grafstenen in Tongeren leverden. Geen van die zeven kandidaten werd gekozen maar wel architect Achille Foucart die eveneens werkzaam was in Tongeren.

Bij die kandidaturen hoorde een plannetje met beschrijving en al dan niet ook een maquette of foto. Toevallig vonden we één van die foto’s terug, namelijk die van het ontwerp van de Tongerse architect Marc Simons. Op de foto zien we vier acteurs: een vechtende soldaat, een gewonde soldaat die verzorgd wordt door een verpleegster en een gedode burgervrouw. Het ontwerp werd echter te laat ingediend en haalde het dus niet.

oorlogsmonument

De Jaminéstraat eind jaren 1920

Vandaag tonen we enkel een bijzondere foto die genomen werd door Edmond Jaminé (1856-1932) in de Jaminéstraat. Die straat werd naar hem (zijn geboortehuis lag op de hoek met de Leopoldwal) en zijn grootvader Jozef Laurent Jaminé (1797-1883), burgemeester van Tongeren, genoemd. Voordien heette de straat de Klein Statiestraat en Viaductstraat.

De foto toont ‘grabbeles’ na een huwelijk. Bijzonder is dat dit één van de weinige foto’s van deze straat is uit die periode. We hebben met ‘google streetview’ gezocht van waar de foto genomen is. Enkel de huizen links beneden zijn nog dezelfde. In de verte zien we de spoorwegbrug en let ook op de tramsporen die er nog liepen.

Jaminéstraat

Jaminéstraat2