Wanneer de avond viel

Recent werd ons gevraagd hoe het er bij valavond aan toe ging in Tongeren in de periode alvorens er elektrische verlichting was (die dateert van 1908).

We moeten om te beginnen een onderscheid maken tussen de periode toen er nog stadspoorten- en wallen waren en de periode nadien. Tot de achttiende eeuw was de regeling dat de poorten in de winter sloten om 22u en in de zomer om 23u. De wisseling gebeurde op 1 november en 1 mei. Nadien en voordien kon je ook nog binnen- of buiten geraken maar dan moest je rekenen met de gezindheid van de poortwachter én moest je extra tol betalen. Na het sluiten van de poorten moesten trouwens ook de vuren gedoofd worden en na valavond mocht je ook niet meer gewapend buiten komen.

In tijden van crisis (bijvoorbeeld wanneer er militaire inkwartieringen waren) was er ook een uitgaansverbod. In de winter mocht je dan na 20u niet meer op straat komen en in de zomer niet meer na 21u. De herbergiers mochten dan ook geen bier of wijn meer tappen. Om dit uitgaansverbod kenbaar te maken luidde de klok van de Sint-Janskerk een half uur op voorhand. In normale periodes mocht je ook na 20u of 21u niet meer zonder verlichting in de hand buiten komen.

Uitzonderingen waren er echter bij bepaalde feesten. Met Vastenavond mocht men zich niet vermommen én er mocht geen carnaval gevierd worden want het was een religieus feest. Daarentegen bij Sint-Niklaas mochten de bakkers langer door werken om broodjes aan de ramen te kunnen zetten.

Op al deze regels werd streng toezicht gehouden door de wachters die dag en nacht op de poorten aanwezig waren en vooral door de burgerpatrouilles die plaatsvonden. Er werd in het bijzonder gelet op nachtlawaai en ordeverstoring. Het te laat open houden van herbergen, na sluitingsuur dronken op straat rond lopen en ‘krakeel’ (lawaai en vechten) werden bestraft voor de schepenbank.

Vanaf de negentiende eeuw was er politie die toezicht hield op het respecteren van de gemeentereglementen maar de zaken werden vergemakkelijkt doordat er in de stad petroleumlampen werden geplaatst (1862). Die vervingen de smoutlampen en vetkaarsen die op sommige locaties in de stad stonden maar die, omwille van brandgevaar, niet veelvuldig gebruikt werden. De petroleumlampen werden iedere avond door een ‘stadszweter’ aangestoken (hij ging rond met een ladder) en tegen de ochtend waren de lampen vanzelf uitgegaan.

Ondanks de moeilijkheden om de stad te verlichten bij en na valavond gebeurde dit toch bij speciale gelegenheden. Zo werd in de achttiende eeuw de verkiezing van een nieuwe Luikse prinsbisschop gevierd met het plaatsen van 1.200 (!) vetpotjes aan het stadhuis.

Van Eyck – ook Tongeren doet mee

De afgelopen weken is Jan van Eyck niet uit het nieuws te slaan. Met de restauratie en terugplaatsing van Het Lam Gods werd de wereldpers gehaald. Deze persaandacht is er mede door de tentoonstelling die over enkele dagen van start gaat in het Gentse Museum voor Schone Kunsten en die loopt tot 30 april. Dit zal de grootste Jan van Eyck-tentoonstelling ooit zijn. Behalve unieke meesterwerken van de ‘meester van het detail’ worden er ook verschillende objecten uit dezelfde kunststroming tentoongesteld. En ook wij doen mee!

Het beeld van de heilige Agnes, een Vlaams topstuk uit de stedelijke collectie, staat opgesteld op deze tentoonstelling. Het beeld dateert van circa 1450 en werd in eikenhout vervaardigd door de zogenaamde ‘Meester van de Eyckiaanse vrouwenfiguren’. Zoals de naam van de beeldsnijder zegt, is hij een tot op heden anonieme kunstenaar die in stijl van de gebroeders van Eyck werkte.

Maar er is nog een band met Tongeren. Zo werkte Hubert van Eyck in 1409 voor het OLV-kapittel en wordt door sommige kunsthistorici aangenomen dat het in Berlijn hangende schilderij ‘Madonna in de kerk’ in Tongeren zou geschilderd zijn.

Vandaag werd door de VRT-redactie trouwens een podcast online geplaatst over de discussie die gaat over de geboorteplaats van de broers van Eyck (Maaseik, Bergijk in Nederland of Arendonk in de Kempen).

IMGP4022

 

Nieuwe publicatie middeleeuws Tongeren

Deze maand verschijnt een nieuwe publicatie omtrent het Tongerse monasterium. Het monasterium was het versterkte gebied dat van de tiende tot de dertiende eeuw rond de OLV-kerk was gelegen. In de publicatie wordt vertrokken in de negentiende eeuw met de zoektocht naar een Romeins castellum (versterking) welke zoektocht zou leiden tot het vinden van niet enkel de vierde-eeuwse Romeinse stadsmuur maar ook tot het vinden van verschillende middeleeuwse muren. Pas in het midden van de twintigste eeuw kwamen archeologen tot de conclusie dat deze muren een versterking rond de OLV-kerk vormden.

Tot op heden is er echter amper onderzoek naar die versterking gebeurd en allerminst naar de gebouwen die erin lagen – behalve dan natuurlijk de OLV-kerk die historisch en archeologisch grondig onderzocht is. Sinds het midden van de twintigste eeuw hebben echter niet enkel de belangrijke opgravingen in de basiliek plaatsgevonden maar vonden er doorheen de tijd diverse ingrepen plaats op het Stadhuisplein, het Vrijthof en de Grote Markt. Het samenbrengen van de resultaten van al deze opgravingen in combinatie met een grondig archiefonderzoek leidde tot enkele verrassende resultaten. De belangrijkste conclusie lijkt echter te zijn dat we mogen stellen dat er op het einde van de tiende eeuw een versterking werd gebouwd rond de OLV-kerk waarbinnen en waarrond de middeleeuwse stad tot leven kwam.

 De publicatie, rijkelijk geïllustreerd met afbeeldingen en kaarten, werd geschreven door stadsarchivaris Steven Vandewal en wordt voorgesteld op woensdag 22 januari om 19u in de OLV-basiliek en zal die avond ook te koop zijn aan de prijs van 25 euro (186blz., A4, hardcover – nadien in de boekhandel aan 35 euro). Inschrijven voor de voorstelling kan via stadsarchief@stadtongeren.be of 012 80 00 92

 

Een speculoosmal van Rosmeulen

De familie Bellefontaine in Sluizen bewaart nog steeds een heel bijzondere mal voor het bakken van speculoos. Op de mal staat een figuur waarop je het opschrift Rosmeulen kunt zien (uiteraard in spiegelschrift). Lucien Bellefontaine (°1884 Sluizen), wijlen molenaar en burgemeester in Sluizen, kreeg deze mal van Florent Rosmeulen (1863-1943) die de eigenaar was van de gekende chocoladefabriek in Nerem. Aldus de familie Bellefontaine gingen beide heren regelmatig jagen. De bosrijke streek in de buurt van de fabriek, rond Scherpenberg en ten westen van de Jeker in Sluizen waren heel wildrijke jachtgebieden.

De mal is circa 40-50 centimeter hoog. De aanduiding 1/4 aan de bovenzijde wil waarschijnlijk zeggen dat met de mal een speculoos van 250 gram (1/4 kilo) kon gemaakt worden. Bijzonder aan de mal is dat dit één van de weinige objecten is die ons resten van de chocoladefabriek (die vooral rond Sinterklaas dus ook speculaas maakte).

Rosmeulen

Met dank aan Yolande Bamps voor de foto en informatie.

Adventskalender 2019

De gis-coördinator van de stad Tongeren heeft een leuke digitale adventskalender gemaakt. De kalender begint op 1 december en eindigt op 24 december en zoals dat hoort bij een adventskalender is er telkens een verrassing te vinden achter de nummertjes. Geen chocolade, maar veel beter: allerhande kaartmateriaal! Dus leerrijk en beter voor de lijn dan chocolade.

Bij deze dan ook al aan de bloglezers prettige feesten gewenst.

Alvorens het jaar eindigt, kunnen we wel nog twee activiteiten aankondigen. Aanstaande zondag 1 december is er om 15u30 de voorstelling van het toegankelijk maken van de toren van de basiliek. Om 15u30 is er een korte lezing over de belforttoren en om 16u00 komt architectenbureau Michel Janssen het project toelichten (de lezingen gaan door in de basiliek).

En op donderdag 5 december vindt ons eerste colloquium ‘In Memoriam’ plaats. Het colloquium begint om 19u in het auditorium van het Gallo-Romeins Museum en staat in het teken van archeoloog/historicus/fotograaf/… Florent Ulrix.

Tenslotte eindigen we met nog een beetje reclame. Op 22 januari wordt in de basiliek een nieuwe publicatie voorgesteld over het monasterium. Het boek kan nog tot 6 december in voorverkoop besteld worden aan 25 euro (+5 euro verzendingskosten) door overschrijving naar de rekening van het Geschiedkundig Genootschap op BE67 4538 2141 5187 met vermelding ‘boek monasterium’. Het boek telt 186 bladzijden en wordt in kleur en in hardcover aangeboden.

Schenking van een bijzondere kaart

Gisteren ontvingen we van voormalig stadssecretaris Albert Hubrechts een heel mooie schenking. Behalve het dossier over een gesneuvelde uit de Eerste Wereldoorlog (het dossier betreft één van de jongens die geëxecuteerd werd in een wel heel discutabel militair proces) kregen we een zogenaamde ‘kadastrale reductiekaart’ uit 1849 geschonken.

Het Tongerse primitieve kadaster en ook dat van de dorpen dateert uit de periode 1842-1844. De gemeenten werden getekend in een onderverdeling per sectie en kaartdeel. Tongeren bijvoorbeeld telt vier secties (A-B-C-D) die elk uit meerdere kaarten bestaan (2 à 3 kaarten). Natuurlijk waren die kaarten administratief een enorme aanwinst voor het heffen van belastingen én voor aanduiding van verkopen van gronden. Maar de kaarten waren uiteraard niet handig wanneer men een goede overzichtskaart van de gemeente wilde hebben. Daarom dat op vraag van verschillende gemeenten en andere overheden zogenaamde reductiekaarten werden gemaakt of eigenlijk een ‘samenvatting’ van de verschillende secties op één kaart (weliswaar in een kleinere schaal). Voor Tongeren (met inbegrip van Blaar, Offelken en Mulken) bestaat er een kaart uit waarschijnlijk 1853 maar de toestand van de kaart is niet zo goed. De reductiekaart uit 1849 is dan ook een zeer mooie aanwinst.

Tongeren 1849

Waar u op moet letten? De loop van de Jeker en bijlopen is goed te zien op de kaart. Ook de Jekervallei met de weilanden en boomgaarden is zeer goed te herkennen. Ten noordwesten van de stad valt het groene gebied rond Mulken en Betho op. Op de kaart zie je dus goed hoe Tongeren op een heuvelrug ligt tussen twee valleien. Tongeren buiten de middeleeuwse omwalling is nog totaal niet ontwikkeld. Enkele grote hoeves vallen op in het landschap. Ook de spoorlijn is al zichtbaar (maar dat is een latere toevoeging – hetgeen ook op het primitief kadaster werd gedaan). De zuidgrens van Tongeren is ook goed zichtbaar (de loop van de Ezelsbeek) en de verschillende molens. En als we inzoomen op Tongeren-centrum is nog goed te zien hoe het zuiden en zuidoosten van de stad nog niet opgevuld zijn door bewoning.

Met dank aan Albert Knapen voor het fotograferen van de kaart.

Hoe Tongeren er moest uitzien na 1945

Eén van de bezoekers aan het stadsarchief maakte ons attent op een plan dat werd opgesteld in opdracht van de Buurtspoorwegen en met als doel een omleiding te zoeken voor één van de tramsporen.

plan1945

Het plan is een bijzonder tijdsdocument omdat het toont hoe men Tongeren in de toekomst zag anno 1945. Zo zien we linksboven een ‘tentoonstellingsterrein’ op de locatie waar nu scholencampus Plinius en de tempelsite zijn. Ten westen van de Picpussen was een sportterrein gepland (dat uiteindelijk op de Motten kwam) en richting Koninksem een ‘villawijk’ die voor een stuk ook gerealiseerd werd. Met de Motten wist men blijkbaar nog geen raad en in de daaropvolgende jaren zouden plannen volgen voor de bouw van een archiefgebouw, gerechtsgebouw, museum, etc. etc. alvorens het een sportpark werd.

Aan de oostkant van de stad zien we een nieuw slachthuis verschijnen (dat er nooit gekomen is) en een ‘Heerenhuizenwijk’ die er ook niet gekomen is. Leuk om te zien, is het pleintje dat gepland werd in die wijk aan de halte van de tram.

Bovenaan de kaart zien we dan de begraafplaats (die er al lag) en een ‘tuinwijk voor arbeiders’ die grotendeels gerealiseerd werd. De zone voor manufacturen was op dat moment al over zijn hoogtepunt heen en zou geleidelijk verdwijnen.

Moest dat slachthuis er trouwens gekomen zijn ten oosten van de stad dan was waarschijnlijk de Jeker ook niet gedempt geweest in de jaren 1950 en hadden de Leuren er ook weer heel anders uitgezien…