Adventskalender 2019

De gis-coördinator van de stad Tongeren heeft een leuke digitale adventskalender gemaakt. De kalender begint op 1 december en eindigt op 24 december en zoals dat hoort bij een adventskalender is er telkens een verrassing te vinden achter de nummertjes. Geen chocolade, maar veel beter: allerhande kaartmateriaal! Dus leerrijk en beter voor de lijn dan chocolade.

Bij deze dan ook al aan de bloglezers prettige feesten gewenst.

Alvorens het jaar eindigt, kunnen we wel nog twee activiteiten aankondigen. Aanstaande zondag 1 december is er om 15u30 de voorstelling van het toegankelijk maken van de toren van de basiliek. Om 15u30 is er een korte lezing over de belforttoren en om 16u00 komt architectenbureau Michel Janssen het project toelichten (de lezingen gaan door in de basiliek).

En op donderdag 5 december vindt ons eerste colloquium ‘In Memoriam’ plaats. Het colloquium begint om 19u in het auditorium van het Gallo-Romeins Museum en staat in het teken van archeoloog/historicus/fotograaf/… Florent Ulrix.

Tenslotte eindigen we met nog een beetje reclame. Op 22 januari wordt in de basiliek een nieuwe publicatie voorgesteld over het monasterium. Het boek kan nog tot 6 december in voorverkoop besteld worden aan 25 euro (+5 euro verzendingskosten) door overschrijving naar de rekening van het Geschiedkundig Genootschap op BE67 4538 2141 5187 met vermelding ‘boek monasterium’. Het boek telt 186 bladzijden en wordt in kleur en in hardcover aangeboden.

Schenking van een bijzondere kaart

Gisteren ontvingen we van voormalig stadssecretaris Albert Hubrechts een heel mooie schenking. Behalve het dossier over een gesneuvelde uit de Eerste Wereldoorlog (het dossier betreft één van de jongens die geëxecuteerd werd in een wel heel discutabel militair proces) kregen we een zogenaamde ‘kadastrale reductiekaart’ uit 1849 geschonken.

Het Tongerse primitieve kadaster en ook dat van de dorpen dateert uit de periode 1842-1844. De gemeenten werden getekend in een onderverdeling per sectie en kaartdeel. Tongeren bijvoorbeeld telt vier secties (A-B-C-D) die elk uit meerdere kaarten bestaan (2 à 3 kaarten). Natuurlijk waren die kaarten administratief een enorme aanwinst voor het heffen van belastingen én voor aanduiding van verkopen van gronden. Maar de kaarten waren uiteraard niet handig wanneer men een goede overzichtskaart van de gemeente wilde hebben. Daarom dat op vraag van verschillende gemeenten en andere overheden zogenaamde reductiekaarten werden gemaakt of eigenlijk een ‘samenvatting’ van de verschillende secties op één kaart (weliswaar in een kleinere schaal). Voor Tongeren (met inbegrip van Blaar, Offelken en Mulken) bestaat er een kaart uit waarschijnlijk 1853 maar de toestand van de kaart is niet zo goed. De reductiekaart uit 1849 is dan ook een zeer mooie aanwinst.

Tongeren 1849

Waar u op moet letten? De loop van de Jeker en bijlopen is goed te zien op de kaart. Ook de Jekervallei met de weilanden en boomgaarden is zeer goed te herkennen. Ten noordwesten van de stad valt het groene gebied rond Mulken en Betho op. Op de kaart zie je dus goed hoe Tongeren op een heuvelrug ligt tussen twee valleien. Tongeren buiten de middeleeuwse omwalling is nog totaal niet ontwikkeld. Enkele grote hoeves vallen op in het landschap. Ook de spoorlijn is al zichtbaar (maar dat is een latere toevoeging – hetgeen ook op het primitief kadaster werd gedaan). De zuidgrens van Tongeren is ook goed zichtbaar (de loop van de Ezelsbeek) en de verschillende molens. En als we inzoomen op Tongeren-centrum is nog goed te zien hoe het zuiden en zuidoosten van de stad nog niet opgevuld zijn door bewoning.

Met dank aan Albert Knapen voor het fotograferen van de kaart.

Hoe Tongeren er moest uitzien na 1945

Eén van de bezoekers aan het stadsarchief maakte ons attent op een plan dat werd opgesteld in opdracht van de Buurtspoorwegen en met als doel een omleiding te zoeken voor één van de tramsporen.

plan1945

Het plan is een bijzonder tijdsdocument omdat het toont hoe men Tongeren in de toekomst zag anno 1945. Zo zien we linksboven een ‘tentoonstellingsterrein’ op de locatie waar nu scholencampus Plinius en de tempelsite zijn. Ten westen van de Picpussen was een sportterrein gepland (dat uiteindelijk op de Motten kwam) en richting Koninksem een ‘villawijk’ die voor een stuk ook gerealiseerd werd. Met de Motten wist men blijkbaar nog geen raad en in de daaropvolgende jaren zouden plannen volgen voor de bouw van een archiefgebouw, gerechtsgebouw, museum, etc. etc. alvorens het een sportpark werd.

Aan de oostkant van de stad zien we een nieuw slachthuis verschijnen (dat er nooit gekomen is) en een ‘Heerenhuizenwijk’ die er ook niet gekomen is. Leuk om te zien, is het pleintje dat gepland werd in die wijk aan de halte van de tram.

Bovenaan de kaart zien we dan de begraafplaats (die er al lag) en een ‘tuinwijk voor arbeiders’ die grotendeels gerealiseerd werd. De zone voor manufacturen was op dat moment al over zijn hoogtepunt heen en zou geleidelijk verdwijnen.

Moest dat slachthuis er trouwens gekomen zijn ten oosten van de stad dan was waarschijnlijk de Jeker ook niet gedempt geweest in de jaren 1950 en hadden de Leuren er ook weer heel anders uitgezien…

75 jaar bevrijding in Tongeren

Naar aanleiding van de viering van 75 jaar bevrijding organiseert de Tongerse erfgoedcel verschillende activiteiten. Maar laten we even teruggaan in de tijd. Op vrijdag 8 september 1944 verschenen de eerste Britse en Amerikaanse soldaten in de Tongerse straten. Dit kondigde het begin van de bevrijding in Tongeren aan. Na de bevrijding volgden nog moeilijke maanden voor de circa 13.300 Tongenaren. Goederen bleven schaars en op de bon. Vele gebouwen waren vernield. En de oorlog kwam terug onder de vorm van V-bommen. Ook Tongeren bleef hiervan niet gespaard.

Om het einde van de Tweede Wereldoorlog in Tongeren te gedenken opent volgende maand op 11 november een expo over ‘Tongeren en Tongenaren in oorlogstijd’. De expo vindt plaats in het administratief centrum Praetorium en is te bezoeken tijdens de openingsuren van de stadsdiensten.

Vervolgens vindt op 19 november in het auditorium van het Gallo-Romeins Museum (19u30) een lezing plaats door historicus Pieter Serrien die onder andere het boek ‘Zo was onze oorlog’ over het dagelijks leven tijdens de Tweede Wereldoorlog publiceerde.

En tenslotte worden ook de drie boeken ‘Tongeren en Tongenaren in oorlogstijd’ opnieuw uitgegeven in een herwerkte versie met nieuw fotomateriaal en getuigenissen van Tongenaren. Deze publicaties zijn vanaf 12 november verkrijgbaar bij Toerisme Tongeren.

De vlag van de ‘veteranen van Leopold II’

We kregen deze week een mooie gift van de kleindochters van Jean Henri Eerkens die oud-strijder was in de Eerste Wereldoorlog. Hij werd geboren in 1889 en was mijnwerker van beroep (hij was nadien één van de langst dienende mijnwerker-brancardiers). In 1906 deed hij zijn legerdienst bij het 2e Regiment Jagers te Paard (onderstaand een afbeelding van hem tijdens zijn legerdienst). Na zijn legerdienst werd hij overgeplaatst naar de reserve en vanaf 1913 maakte hij deel uit van de reserve van het Transportkorps van de 5e Divisie. Bij de mobilisatie werd hij op 1 augustus 1914 terug onder de wapens geroepen. Zo maakte hij onder andere de slag om Antwerpen mee en vocht hij ook aan de IJzer. Gedurende de gehele oorlog bleef hij actief aan het front, de verplichte rustperiodes niet in acht genomen, waardoor hij ook het maximum van acht frontstrepen verdiende en alle eretekens. In 1917 of 1918 zou hij ook gewond zijn geraakt (door een gasaanval?) waaraan hij een blijvende invaliditeit overhield.

Na de oorlog zette hij zich actief in bij de oud-strijdersverenigingen en was lid van het Nationaal Verbond van Militaire Veteranen van Leopold II waarvan hij ook de vaandeldrager was. Leopold II was koning van België van 1865 tot aan zijn dood in 1909.

Jean Henri Eerkens overleed in 1976 te Tongeren. Tot aan zijn dood bleef hij vaandeldrager tijdens plechtigheden en huldigingen.

Onderstaand zien we de foto van Jean Henri Eerkens tijdens zijn legerdienst in 1906, een erediploma als vaandeldrager uit 1966 en een fotocollage uit dezelfde periode met meneer Eerkens en zijn medailles en het vaandel. De laatste afbeelding is van de vlag zelf. We vermoeden dat die in de jaren 1930 werd besteld.

Met dank aan de families Ghijsens-Eerkens en Derwae-Eerkens voor de gift en Albert Knapen voor het fotograferen van het vaandel.

Eerkens01 Eerkens02Eerkens03

Verbond veteranen 1965_1909.jpg

Een onbekend stadszicht uit de zeventiende eeuw

Vorige maand ontdekten we in het Rijksarchief van Luik een voor ons onbekend plan met een zicht op Tongeren (RALuik, kaarten en plannen, nr.160). Het plan betreft de aanduiding van het grondbezit van een (Luikse?) instelling in de zeventiende eeuw (?) en toont een aantal percelen ten noorden van Tongeren en een aantal wegen die lopen vanuit Membruggen, Spouwen en Alt-Hoeselt richting Tongeren.

Ondanks dat de wegen uit het noorden komen, is Tongeren toch afgebeeld vanuit het zuiden, dus vanaf de Motten. De kaart is niet heel gedetailleerd maar toont hoe men via de Grote Markt via de Sint-Jansstraat naar de Jeker kon afdalen. We zien dan ook de Jekerbrug die tot de zeventiende eeuw deel uitmaakte van een bolwerk waarop ook huizen stonden. Rechts van de brug is de Sint-Jansmolen te zien.

Ook de OLV-kerk zien we op de tekening (in het grijsblauw) met aan de oostzijde van de kerk hetgeen volgens ons de Sint-Maternuskapel is. Het lijkt echter alsof de gotische belforttoren nog niet gebouwd is en dat er nog een romaanse toren staat. Dat zou betekenen dat het plan dateert uit circa 1500 hoewel we op basis van het handschrift toch eerder voor de zeventiende eeuw opteren. Tussen de OLV-kerk en de Sint-Jansmolen zie we dan de Sint-Janskerk (het kerkje net rechts daarvan kan de Minderbroederskerk zijn die pas in de zeventiende eeuw werd gebouwd of misschien al verderop het kerkje van het Agnetenklooster). De poort aan de linkerzijde is een aanduiding van waar de Luikerpoort zich bevond.

Het plannetje is natuurlijk maar schematisch getekend en heel wat gebouwen gekende gebouwen (zoals bv. de Sint-Niklaaskerk en het oude stadhuis, de omwalling, …) ontbreken maar niettemin geeft het zicht een leuk beeld op de stad vanuit het zuiden.

Kaart17E

De Tongerse slaven

Naar aanleiding van de septemberkermis gaat ook altijd een processie uit ter ere van het beeld van OLV. De kermis, jaarmarkt en de verering van het beeld zijn sinds de veertiende eeuw al met elkaar verbonden. De idee erachter was dan ook om handelaars uit de wijde omgeving naar hier te lokken (en die kwamen ook!), voor de burgers een kermis te organiseren en een processie te laten rondgaan. Dit bracht geld in het laatje bij de lokale handelaars én bij de kerk.

Eén van de – naar onze mening – meest avontuurlijke verhalen uit de Tongerse geschiedenis is verbonden met het beeld van OLV en gaat over twee Tongerse jongens die op kruistocht vertrokken en daar gevangen werden genomen. Het verhaal is te mooi om niet eens onder de aandacht te brengen… We zitten in de dertiende eeuw, in de jaren 1240 toen er net gestart was met de bouw van de gotische OLV-kerk. In diezelfde periode had koning Lodewijk IX van Frankrijk ook het plan opgevat om Jeruzalem terug te gaan heroveren op de Saracenen…

“In die tijd leefde in Tongeren meester-volder Frans van der Motten die een vurig aanbidder was van OLV. Hij woonde in de Jekerstraat in de buurt van de Heilige Geestmolen en was gehuwd met Lutgardis Savelbergs met wie hij zeven kinderen had. De twee oudste zonen, Jan en Servaas, hadden les gevolgd in de school bij de OLV-kerk en waren koorknaap geweest. Toen ze oud genoeg waren, kwamen ze in de leer bij hun vader en zouden hem opvolgen als ambachtslieden. In juli 1248 gebeurde echter dat de bekende Franciscanermonnik Willem van Ruysbroek kwam prediken naar aanleiding van een processie die plaatsvond in Tongeren en die een grote volkstoeloop met zich meebracht. De monnik vertelde vanaf het stadhuis over de plannen van de Franse koning om Jeruzalem te gaan heroveren en stelde roem en de hemel voor alle deelnemers in het vooruitzicht. Hij vertelde ook dat verschillenden edellieden uit het Tongerse al de wapens hadden opgenomen : Fulco van Kolmont en diens neef Arnold van Betho, de graaf van Elderen en Jacques de Hemricourt. De burgemeester van Tongeren, Ricalt van Manshoven, beloofde daarenboven dat éénieder die niet zelf zijn uitrusting kon betalen deze vergoed kreeg door de stad.

De beide broers Servaas en Jan van der Motten wilden zich graag bij de kruistocht aansluiten en kregen hiervoor toestemming van hun vader. Dit zorgde natuurlijk voor groot verdriet bij hun moeder. De zussen van de beide broers probeerden hun moeder te troosten met de gedachte dat OLV van Tongeren voor hen zou zorgen.

Servaas en Jan voegden zich bij de andere mannen uit de omgeving die doorheen Lotharingen naar Vlaanderen trokken om zich bij het leger van Gwijde van Dampierre, graaf van Vlaanderen, te voegen. Met dat leger trokken ze naar Aigues-Mortes in het zuiden van Frankrijk van waaruit ze op 25 augustus 1248 zouden vertrekken naar het oosten.

Koning Lodewijk van Frankrijk besliste echter naar Egypte te varen omdat het Heilig Land in handen was gevallen van de sultan van Egypte. Hij zette zijn zinnen op de monding van de Nijl om van daaruit naar Palestina te trekken. Op 4 juni 1249 landde het kruisvaardersleger bij Damiëtta aan de Egyptische kust. Die stad konden ze met weinig tegenstand veroveren waarop ze naar Caïro wilden oprukken. De Egyptische sultan had echter zijn leger kunnen hergroeperen en in de buurt van Mansourah vond een treffen plaats tussen beide legers. De troepen van koning Lodewijk waren omsingeld en kregen te maken met ziekten en hongersnood. Noodgedwongen besliste de koning om zichzelf en zijn leger vrij te kopen om uit deze uitzichtloze situatie te kunnen ontsnappen. Vanaf eind april 1250 arriveerden de kruisvaarders terug in Europa maar niet zonder dat er vele duizenden strijders hadden moeten achterblijven in Egypte.

Dit lot trof ook Servaas en Jan van der Motten die in handen vielen van een slavenhandelaar genaamd Archmoud. Die wilde hen op de slavenmarkt van Caïro verkopen en had ze uit voorzorg aan elkaar geketend. De enige troost van de broers was dat ze wel nog samen waren. Om een niet duidelijke reden wilde Archmoud Servaas vrijlaten indien hij zich zou bekeren tot de Islam. Maar Servaas weigerde dat halsstarrig omdat hij zo in de bescherming door OLV geloofde. En keer na keer als Archmoud hen bedreigde, beriepen de broers zich op de bescherming van OLV hetgeen natuurlijk Archmoud steeds kwader maakte.

Op een avond, toen ze opgesloten zaten, baden de beide broers : ‘Lieve Vrouw, gij die men dagelijks aanroept bij ons thuis om de terugkeer der kruisvaarders, kom ons te hulp’. In het midden van de nacht werden de broers als in een droom wakker. In een zacht licht kwam een slanke blanke vrouw naar hen toe die de beide handen uitstak en zei : ‘kom mee met mij’. De broers knielden neer en kusten haar handen en ze voelden dat ze werden meegetrokken door haar.

’s Ochtends werden de broers wakker door het gerammel van hun kettingen en ze dachten dat Archmoud daar was. Maar toen ze hun ogen openden, zagen ze meester Trappersberg, de koster van de OLV-kerk. Die had het moment van zijn leven meegemaakt toen hij de deuren van de kerk opende en de twee mannen, aan elkaar geketend en al slapend, voor het altaar van OLV had aangetroffen. Ook verschillende kanunniken en de deken kwamen aangelopen om dit wonder te aanschouwen.

Meester van der Motten, hun vader, en enkele smeden lukte het om de kettingen los te maken en de broers te bevrijden. Vandaag de dag getuigen deze ketenen nog aan dit wonder van OLV.”

Ketenen

De ‘ketenen van de Turkse slaven’ worden nog steeds bewaard achter het OLV-beeld in de basiliek. Ze zouden echter gemaakt zijn in de zestiende eeuw en enkele elementen uit het verhaal zijn zeker ook niet dertiende-eeuws. Enkel Fulco van Kolmont en Arnold van Betho hebben echt bestaan. Van geen enkele Tongenaar is echter geweten of hij heeft deelgenomen aan een kruistocht, maar dat niet weten is eerder te wijten aan een gebrek aan schriftelijke bronnen.