Hoe Tongeren er moest uitzien na 1945

Eén van de bezoekers aan het stadsarchief maakte ons attent op een plan dat werd opgesteld in opdracht van de Buurtspoorwegen en met als doel een omleiding te zoeken voor één van de tramsporen.

plan1945

Het plan is een bijzonder tijdsdocument omdat het toont hoe men Tongeren in de toekomst zag anno 1945. Zo zien we linksboven een ‘tentoonstellingsterrein’ op de locatie waar nu scholencampus Plinius en de tempelsite zijn. Ten westen van de Picpussen was een sportterrein gepland (dat uiteindelijk op de Motten kwam) en richting Koninksem een ‘villawijk’ die voor een stuk ook gerealiseerd werd. Met de Motten wist men blijkbaar nog geen raad en in de daaropvolgende jaren zouden plannen volgen voor de bouw van een archiefgebouw, gerechtsgebouw, museum, etc. etc. alvorens het een sportpark werd.

Aan de oostkant van de stad zien we een nieuw slachthuis verschijnen (dat er nooit gekomen is) en een ‘Heerenhuizenwijk’ die er ook niet gekomen is. Leuk om te zien, is het pleintje dat gepland werd in die wijk aan de halte van de tram.

Bovenaan de kaart zien we dan de begraafplaats (die er al lag) en een ‘tuinwijk voor arbeiders’ die grotendeels gerealiseerd werd. De zone voor manufacturen was op dat moment al over zijn hoogtepunt heen en zou geleidelijk verdwijnen.

Moest dat slachthuis er trouwens gekomen zijn ten oosten van de stad dan was waarschijnlijk de Jeker ook niet gedempt geweest in de jaren 1950 en hadden de Leuren er ook weer heel anders uitgezien…

Advertenties

75 jaar bevrijding in Tongeren

Naar aanleiding van de viering van 75 jaar bevrijding organiseert de Tongerse erfgoedcel verschillende activiteiten. Maar laten we even teruggaan in de tijd. Op vrijdag 8 september 1944 verschenen de eerste Britse en Amerikaanse soldaten in de Tongerse straten. Dit kondigde het begin van de bevrijding in Tongeren aan. Na de bevrijding volgden nog moeilijke maanden voor de circa 13.300 Tongenaren. Goederen bleven schaars en op de bon. Vele gebouwen waren vernield. En de oorlog kwam terug onder de vorm van V-bommen. Ook Tongeren bleef hiervan niet gespaard.

Om het einde van de Tweede Wereldoorlog in Tongeren te gedenken opent volgende maand op 11 november een expo over ‘Tongeren en Tongenaren in oorlogstijd’. De expo vindt plaats in het administratief centrum Praetorium en is te bezoeken tijdens de openingsuren van de stadsdiensten.

Vervolgens vindt op 19 november in het auditorium van het Gallo-Romeins Museum (19u30) een lezing plaats door historicus Pieter Serrien die onder andere het boek ‘Zo was onze oorlog’ over het dagelijks leven tijdens de Tweede Wereldoorlog publiceerde.

En tenslotte worden ook de drie boeken ‘Tongeren en Tongenaren in oorlogstijd’ opnieuw uitgegeven in een herwerkte versie met nieuw fotomateriaal en getuigenissen van Tongenaren. Deze publicaties zijn vanaf 12 november verkrijgbaar bij Toerisme Tongeren.

De vlag van de ‘veteranen van Leopold II’

We kregen deze week een mooie gift van de kleindochters van Jean Henri Eerkens die oud-strijder was in de Eerste Wereldoorlog. Hij werd geboren in 1889 en was mijnwerker van beroep (hij was nadien één van de langst dienende mijnwerker-brancardiers). In 1906 deed hij zijn legerdienst bij het 2e Regiment Jagers te Paard (onderstaand een afbeelding van hem tijdens zijn legerdienst). Na zijn legerdienst werd hij overgeplaatst naar de reserve en vanaf 1913 maakte hij deel uit van de reserve van het Transportkorps van de 5e Divisie. Bij de mobilisatie werd hij op 1 augustus 1914 terug onder de wapens geroepen. Zo maakte hij onder andere de slag om Antwerpen mee en vocht hij ook aan de IJzer. Gedurende de gehele oorlog bleef hij actief aan het front, de verplichte rustperiodes niet in acht genomen, waardoor hij ook het maximum van acht frontstrepen verdiende en alle eretekens. In 1917 of 1918 zou hij ook gewond zijn geraakt (door een gasaanval?) waaraan hij een blijvende invaliditeit overhield.

Na de oorlog zette hij zich actief in bij de oud-strijdersverenigingen en was lid van het Nationaal Verbond van Militaire Veteranen van Leopold II waarvan hij ook de vaandeldrager was. Leopold II was koning van België van 1865 tot aan zijn dood in 1909.

Jean Henri Eerkens overleed in 1976 te Tongeren. Tot aan zijn dood bleef hij vaandeldrager tijdens plechtigheden en huldigingen.

Onderstaand zien we de foto van Jean Henri Eerkens tijdens zijn legerdienst in 1906, een erediploma als vaandeldrager uit 1966 en een fotocollage uit dezelfde periode met meneer Eerkens en zijn medailles en het vaandel. De laatste afbeelding is van de vlag zelf. We vermoeden dat die in de jaren 1930 werd besteld.

Met dank aan de families Ghijsens-Eerkens en Derwae-Eerkens voor de gift en Albert Knapen voor het fotograferen van het vaandel.

Eerkens01 Eerkens02Eerkens03

Verbond veteranen 1965_1909.jpg

Een onbekend stadszicht uit de zeventiende eeuw

Vorige maand ontdekten we in het Rijksarchief van Luik een voor ons onbekend plan met een zicht op Tongeren (RALuik, kaarten en plannen, nr.160). Het plan betreft de aanduiding van het grondbezit van een (Luikse?) instelling in de zeventiende eeuw (?) en toont een aantal percelen ten noorden van Tongeren en een aantal wegen die lopen vanuit Membruggen, Spouwen en Alt-Hoeselt richting Tongeren.

Ondanks dat de wegen uit het noorden komen, is Tongeren toch afgebeeld vanuit het zuiden, dus vanaf de Motten. De kaart is niet heel gedetailleerd maar toont hoe men via de Grote Markt via de Sint-Jansstraat naar de Jeker kon afdalen. We zien dan ook de Jekerbrug die tot de zeventiende eeuw deel uitmaakte van een bolwerk waarop ook huizen stonden. Rechts van de brug is de Sint-Jansmolen te zien.

Ook de OLV-kerk zien we op de tekening (in het grijsblauw) met aan de oostzijde van de kerk hetgeen volgens ons de Sint-Maternuskapel is. Het lijkt echter alsof de gotische belforttoren nog niet gebouwd is en dat er nog een romaanse toren staat. Dat zou betekenen dat het plan dateert uit circa 1500 hoewel we op basis van het handschrift toch eerder voor de zeventiende eeuw opteren. Tussen de OLV-kerk en de Sint-Jansmolen zie we dan de Sint-Janskerk (het kerkje net rechts daarvan kan de Minderbroederskerk zijn die pas in de zeventiende eeuw werd gebouwd of misschien al verderop het kerkje van het Agnetenklooster). De poort aan de linkerzijde is een aanduiding van waar de Luikerpoort zich bevond.

Het plannetje is natuurlijk maar schematisch getekend en heel wat gebouwen gekende gebouwen (zoals bv. de Sint-Niklaaskerk en het oude stadhuis, de omwalling, …) ontbreken maar niettemin geeft het zicht een leuk beeld op de stad vanuit het zuiden.

Kaart17E

De Tongerse slaven

Naar aanleiding van de septemberkermis gaat ook altijd een processie uit ter ere van het beeld van OLV. De kermis, jaarmarkt en de verering van het beeld zijn sinds de veertiende eeuw al met elkaar verbonden. De idee erachter was dan ook om handelaars uit de wijde omgeving naar hier te lokken (en die kwamen ook!), voor de burgers een kermis te organiseren en een processie te laten rondgaan. Dit bracht geld in het laatje bij de lokale handelaars én bij de kerk.

Eén van de – naar onze mening – meest avontuurlijke verhalen uit de Tongerse geschiedenis is verbonden met het beeld van OLV en gaat over twee Tongerse jongens die op kruistocht vertrokken en daar gevangen werden genomen. Het verhaal is te mooi om niet eens onder de aandacht te brengen… We zitten in de dertiende eeuw, in de jaren 1240 toen er net gestart was met de bouw van de gotische OLV-kerk. In diezelfde periode had koning Lodewijk IX van Frankrijk ook het plan opgevat om Jeruzalem terug te gaan heroveren op de Saracenen…

“In die tijd leefde in Tongeren meester-volder Frans van der Motten die een vurig aanbidder was van OLV. Hij woonde in de Jekerstraat in de buurt van de Heilige Geestmolen en was gehuwd met Lutgardis Savelbergs met wie hij zeven kinderen had. De twee oudste zonen, Jan en Servaas, hadden les gevolgd in de school bij de OLV-kerk en waren koorknaap geweest. Toen ze oud genoeg waren, kwamen ze in de leer bij hun vader en zouden hem opvolgen als ambachtslieden. In juli 1248 gebeurde echter dat de bekende Franciscanermonnik Willem van Ruysbroek kwam prediken naar aanleiding van een processie die plaatsvond in Tongeren en die een grote volkstoeloop met zich meebracht. De monnik vertelde vanaf het stadhuis over de plannen van de Franse koning om Jeruzalem te gaan heroveren en stelde roem en de hemel voor alle deelnemers in het vooruitzicht. Hij vertelde ook dat verschillenden edellieden uit het Tongerse al de wapens hadden opgenomen : Fulco van Kolmont en diens neef Arnold van Betho, de graaf van Elderen en Jacques de Hemricourt. De burgemeester van Tongeren, Ricalt van Manshoven, beloofde daarenboven dat éénieder die niet zelf zijn uitrusting kon betalen deze vergoed kreeg door de stad.

De beide broers Servaas en Jan van der Motten wilden zich graag bij de kruistocht aansluiten en kregen hiervoor toestemming van hun vader. Dit zorgde natuurlijk voor groot verdriet bij hun moeder. De zussen van de beide broers probeerden hun moeder te troosten met de gedachte dat OLV van Tongeren voor hen zou zorgen.

Servaas en Jan voegden zich bij de andere mannen uit de omgeving die doorheen Lotharingen naar Vlaanderen trokken om zich bij het leger van Gwijde van Dampierre, graaf van Vlaanderen, te voegen. Met dat leger trokken ze naar Aigues-Mortes in het zuiden van Frankrijk van waaruit ze op 25 augustus 1248 zouden vertrekken naar het oosten.

Koning Lodewijk van Frankrijk besliste echter naar Egypte te varen omdat het Heilig Land in handen was gevallen van de sultan van Egypte. Hij zette zijn zinnen op de monding van de Nijl om van daaruit naar Palestina te trekken. Op 4 juni 1249 landde het kruisvaardersleger bij Damiëtta aan de Egyptische kust. Die stad konden ze met weinig tegenstand veroveren waarop ze naar Caïro wilden oprukken. De Egyptische sultan had echter zijn leger kunnen hergroeperen en in de buurt van Mansourah vond een treffen plaats tussen beide legers. De troepen van koning Lodewijk waren omsingeld en kregen te maken met ziekten en hongersnood. Noodgedwongen besliste de koning om zichzelf en zijn leger vrij te kopen om uit deze uitzichtloze situatie te kunnen ontsnappen. Vanaf eind april 1250 arriveerden de kruisvaarders terug in Europa maar niet zonder dat er vele duizenden strijders hadden moeten achterblijven in Egypte.

Dit lot trof ook Servaas en Jan van der Motten die in handen vielen van een slavenhandelaar genaamd Archmoud. Die wilde hen op de slavenmarkt van Caïro verkopen en had ze uit voorzorg aan elkaar geketend. De enige troost van de broers was dat ze wel nog samen waren. Om een niet duidelijke reden wilde Archmoud Servaas vrijlaten indien hij zich zou bekeren tot de Islam. Maar Servaas weigerde dat halsstarrig omdat hij zo in de bescherming door OLV geloofde. En keer na keer als Archmoud hen bedreigde, beriepen de broers zich op de bescherming van OLV hetgeen natuurlijk Archmoud steeds kwader maakte.

Op een avond, toen ze opgesloten zaten, baden de beide broers : ‘Lieve Vrouw, gij die men dagelijks aanroept bij ons thuis om de terugkeer der kruisvaarders, kom ons te hulp’. In het midden van de nacht werden de broers als in een droom wakker. In een zacht licht kwam een slanke blanke vrouw naar hen toe die de beide handen uitstak en zei : ‘kom mee met mij’. De broers knielden neer en kusten haar handen en ze voelden dat ze werden meegetrokken door haar.

’s Ochtends werden de broers wakker door het gerammel van hun kettingen en ze dachten dat Archmoud daar was. Maar toen ze hun ogen openden, zagen ze meester Trappersberg, de koster van de OLV-kerk. Die had het moment van zijn leven meegemaakt toen hij de deuren van de kerk opende en de twee mannen, aan elkaar geketend en al slapend, voor het altaar van OLV had aangetroffen. Ook verschillende kanunniken en de deken kwamen aangelopen om dit wonder te aanschouwen.

Meester van der Motten, hun vader, en enkele smeden lukte het om de kettingen los te maken en de broers te bevrijden. Vandaag de dag getuigen deze ketenen nog aan dit wonder van OLV.”

Ketenen

De ‘ketenen van de Turkse slaven’ worden nog steeds bewaard achter het OLV-beeld in de basiliek. Ze zouden echter gemaakt zijn in de zestiende eeuw en enkele elementen uit het verhaal zijn zeker ook niet dertiende-eeuws. Enkel Fulco van Kolmont en Arnold van Betho hebben echt bestaan. Van geen enkele Tongenaar is echter geweten of hij heeft deelgenomen aan een kruistocht, maar dat niet weten is eerder te wijten aan een gebrek aan schriftelijke bronnen.

 

 

Terra Mosana – enquête

Samen met andere steden uit de Euregio Maas-Rijn neemt de stad Tongeren deel aan het project ‘Terra Mosana’ dat zich richt op het ontwikkelen van verhalen over het culturele erfgoed van de Euregio en op het 3D-scannen van historische objecten.
Het team van Terra Mosana wil graag meer zicht krijgen op de historische thema’s die de bewoners en bezoekers van de Euregio Maas-Rijn interessant vinden.  Daarom hebben zij een enquête ontwikkeld om te bekijken welke
monumenten er gedigitaliseerd kunnen worden en welke verhalen hierover verteld kunnen worden.

Om zoveel mogelijk gegevens te verzamelen vragen wij een minuutje van uw tijd om dit vragenformulier in te vullen.

Hierbij de link naar het project, waarbij u onderaan de pagina op ‘volgende’ kan klikken om de enquête te starten.
http://docs.google.com/forms/d/e/1FAIpQLScYB7aecZJ9A-0uxVpimRijLWKYAgRuZhtVJ0uC4qF106XGdw/viewform?fbzx=-368441933802104512

Tongeren en het Verenigd Koninkrijk

Eén van de collega’s van de dienst Toerisme vroeg ons of er in het verleden een relatie geweest is tussen Tongeren en het Verenigd Koninkrijk. De vraag werd gesteld ter voorbereiding van een bezoek door een groep van de Engelse Heritage Trust (volgend jaar).

Bij een eerste nadenken, schoot ons niet meteen iets te binnen. Maar toen bedachten we dat we zelfs op deze blog al verschillende keren over het Verenigd Koninkrijk hebben geschreven… Zo werd al de bekendste ‘relatie’ tussen onze stad en Engeland besproken ; namelijk de Tungri die in Romeinse dienst in Vindolanda en Vercovicium aan de Muur van Hadrianus verbleven (de gescheidingsmuur tussen het Romeinse Brittannië en het barbaarse land van de Picten). Zij lieten daar heel wat sporen achter die vandaag de dag nog steeds te zien zijn.

In een andere blogpost hadden we het over de Engelse Jezuïet Thomas Philips (1708-1774) die in 1739 werd aangesteld als kanunnik in Tongeren. Hij verbleef een hele tijd in Rome, werd op ‘missie’ gestuurd naar Engeland, woonde in Tongeren en overleed in Luik.

En in twee blogposten beschreven we enerzijds het verblijf van de Engelse dame Mabel Saint-Clair Stobart tijdens WO I in Tongeren en anderzijds de doortocht in Tongeren van de Schotse graaf James of Perth in 1694.

Maar we vinden nog veel meer banden terug tussen Tongeren en het Verenigd Koninkrijk terug. Wat bijvoorbeeld weinig mensen weten is dat er een Engels klooster in de stad was. In 1675 verbleven een korte tijd de Engelse ongeschoeide Karmelieten in de Kielenstraat (in een pand van mevrouw de Schroots – nu voormalig Huis van de Advocaat). Op die plek vestigden zich vervolgens de Jezuïeten die door de afschaffing van hun orde in 1773 Tongeren moesten verlaten en het klooster moesten verkopen. De Engelse Karmelieten deden opnieuw hun intrede en verbleven in de stad tot 1793 toen ze omwille van de Franse troebelen via Luik terug naar Engeland vluchtten. Het klooster had dan een twintigtal jaren gediend als onderkomen voor oudere monniken die terugkeerden van de ‘Engelse katholieke Missie’. Bij hun vertrek uit de Nederlanden namen ze trouwens hun archief mee, hetgeen nog steeds bewaard wordt in Engeland (de inventaris hebben we enkele jaren geleden kunnen opvragen).

Nog gekend is de opvang van Engelse piloten tijdens WO II, maar eveneens uit de twintigste eeuw dateren de verhalen van een Britse operazangeres in Tongeren en een Tongerse professor in het Schotse Edinburg. De Britse operazangers is dame Moura Lympany Johnstone die als kind in het Sint-Jakobushospitaal verbleef en zelfs deelnam aan de Kroningsfeesten (als Zingende Maagd). Om meer te weten te komen over haar verwijzen we naar haar Wikipedia-pagina waarin haar verblijf in een ‘convent school in Belgium’ wordt vermeld. Ook voor professor Charles Saroléa, geboren in 1870 in Tongeren, verwijzen we naar zijn Wikipedia-pagina. Van 1918 tot 1931 was hij professor Philologie aan de Universiteit van Edinburg.

Van net iets vroeger dateert ook het verhaal van zuster Elise Verjans uit Tongeren die sneuvelde (1917) tijdens de Eerste Wereldoorlog in dienst van het Gemenebestleger in Tanzania. Zij is één van de weinige burgers die de eer hebben gekregen om begraven te worden op een Commonwealth-begraafplaats. Haar verhaal kwam aan bod in de publicatie ‘Van Moerenpoort tot Menenpoort’ (2014).

In eenzelfde context vermelden we ook Oswald Dutalis uit Sluizen die in de negentiende eeuw één van de luitenanten was van Henry Morton Stanley (een Welshmen die journalist was in de Verenigde Staten) en die in opdracht van koning Leopold II de Congo verkende.

Om verder te gaan, is er zelfs nog een blogpost aan een Tongenaar in Engeland gewijd, maar dan een heel speciaal iemand. En dan bedoelen we de Heilige Helerius uit Tongeren die zijn naam heeft gegeven aan de hoofdplaats van het Kanaaleiland Jersey (Saint-Helier). Deze heilige leefde in de zesde eeuw, werd vermoord op Jersey, en is één van vier heiligen die afkomstig zou zijn uit Tongeren.

En dan zijn er nog een heel aantal trivia te vertellen. Zo is er het Queens Royal Regiment dat een eretitel verdiende bij de verdediging van Tongeren in 1703. Toen vond een relatief onbekende veldslag plaats tussen het geallieerde leger met Engelse en Hollandse troepen tegen Franse troepen en dit ten tijde van de Spaanse Successieoorlog. In het stadsarchief zijn heel wat documenten over die periode te vinden en over dat regiment is in de Tongerse Annalen een tiental jaren geleden een artikel verschenen. Het is trouwens in die periode dat ook de beroemde en beruchte hertog van Marlborough te Tongeren verbleef. John Churchill (1650-1722), voorvader van Winston, werd vooral bekend voor zijn verwoestingen in de Maasstreek en het noorden van Limburg, maar in Tongeren had hij een goede naam. Over zijn verblijf in Tongeren werd ook een romantisch schilderij gemaakt door de 19e-eeuwse Engelsman Hillingsford getiteld ‘Storming the Battlements’. Het schilderij wordt momenteel in de Verenigde Staten bewaard en liefhebbers kunnen hun eigen kopie bestellen en er zelfs een handdoek van laten maken.

Enkele eeuwen daarvoor was de relatie tussen onze stad en Engeland en Schotland lang niet zo goed want in de 14e tot 16e eeuw was hier heel wat te doen over de invoer van laken en wol uit die landen. Net zoals heel wat Vlaamse steden was er ook in Tongeren laken- en wolnijverheid die vanaf de 15e eeuw onder druk kwam te staan door invoer uit Engeland en Schotland. In eerste instantie probeerde men die invoer tegen te gaan, maar de hele stoffennijverheid raakte in verval waardoor al die maatregelen niet hielpen.

Enkele eeuwen later, in de 18e en 19e eeuw, zien we trouwens heel wat Engelsen in Tongeren opduiken. Rijke Engelsen bezochten bijvoorbeeld op hun ‘Grand Tour’ doorheen Europa het Pliniusdomein en ze namens zelfs ‘oudheden’ (voornamelijk Romeinse munten) mee terug. In de negentiende eeuw zien we dan weer Engelse verzamelaars passeren in onze stad die gebruik maakten van de hele neo-beweging van vernieuwing van onze kerken en zo kunstwerken op de kop konden tikken. Ook werden in die eeuw heel wat meubels, maar ook boeken en archieven (afkomstig uit opgeheven kloosters) aan Engelse verzamelaars en universiteiten verkocht.

In diezelfde context eindigen we tenslotte met een vreemde, maar toch bijzondere, vermelding die we tegenkwamen in het archief van het KMKG te Brussel. In hun stukken over Tongeren zit een korte vermelding van Jules Frère die zegt dat hij archiefstukken heeft gezien waaruit blijkt dat de primitieve 18e-eeuwse, Romeinse, collectie van het British Museum afkomstig was uit Tongeren (of aankopen gedaan te Tongeren). Of dit zo is, hebben we nog niet kunnen nagaan.